Ik kwam hem beroven, maar hij heeft mij beroofd

Er wordt verteld dat een dief de muur beklom van de woning van de uitmuntende geleerde Malik b. Dinar, maar dat hij er niets waardevol vond. Malik, die op dat moment aan het bidden was, merkte hem op. Hij kortte zijn gebed dus in, keerde zich naar hem toe en zei:

‘Mijn broeder in het geloof! Moge Allah jou ingeven om berouw te tonen! Je bent mijn huis binnengekomen en je hebt er niets gevonden dat het waard was om te stelen, maar ik zal je niet met lege handen laten vertrekken.’

Hij bracht hem een kom vol water en zei hem: ‘Verricht je kleine rituele wassing en verricht twee rak’at. Je zult zeker vertrekken met een betere buit dan deze die je zocht.’ ‘Graag,’ antwoordde de dief. Die verrichtte zijn rituele wassing en verrichtte twee rak’at.

Toen hij dat gedaan had, zei hij: ‘Malik, ik wil je niet storen met mijn aanwezigheid, maar kun je mij toestaan om nog twee rak’at te verrichten?’ 

Waarop Malik antwoordde: ‘Je mag zoveel rak’at  verrichten als je wil.’

De dief hield niet op met bidden tot de dageraad.

Malik zei hem: ‘Je kunt nu vertrekken en moge Allah je leiden.’

De dief antwoordde: ‘Mijn meester, heb de goedheid om me vandaag bij jou onderdak te verlenen, want ik heb de intentie om vandaag te vasten.’

‘Je kunt zolang als je wil bij mij blijven’, zei Malik hem.

De dief bleef enkele dagen bij Malik en bracht deze dagen door met bidden en vasten. Toen hij besloot om te vertrekken, zei hij: ‘Malik, ik heb de intentie om berouw te tonen.’ ‘Het is Allah die ingeeft om berouw te tonen,’ antwoordde hij.

De dief toonde oprecht berouw en op een dag ontmoette hij één van zijn vroegere bevriende dieven.

Die zei hem: ‘Na je lange afwezigheid dacht ik bij mezelf dat je misschien een schat ontdekt hebt.’

‘Mijn broeder in het geloof,’ zei hij hem, ‘het was Malik b. Dinar die ik ontdekt heb. Ik kwam hem beroven, maar hij heeft mij beroofd van mijn zonde. Ik heb berouw getoond bij Allah. Nu heb ik me vastgeklampt aan de deur van mijn Heer en ik zal deze niet loslaten zolang ik niet verkregen heb wat Zijn geliefde dienaren hebben bekomen.’

Comments are closed.