Het leven van Aboe Bakr | Deel 1

Het leven van Aboe Bakr as-Siddiq  – deel 1

Hier volgt in het kort het verhaal van één van de metgezellen van de Profeet (صلى الله عليه وسلم). Zijn naam is Aboe Bakr as-Siddiq (رضي الله عنه) en heeft een cruciale rol gespeeld in de opbouw van de Islamitische gemeenschap en de voortzetting ervan na de dood van de Profeet (صلى الله عليه وسلم). Aboe Bakr was één van de metgezellen van de Profeet (صلى الله عليه وسلم) aan wie het Paradijs beloofd was. Hij was tevens de eerste Khaliefa.

Iemand vroeg aan de Profeet (صلى الله عليه وسلم) wie hem het meest geliefd was:

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: “ Aisha”. Diegene vroeg toen: “En onder de mannen?” Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: “Haar vader.” Diegene vroeg: “En wie dan?” Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: “Dan ‘Omar ibn Al-Khattab.” Daarna noemde hij (صلى الله عليه وسلم) nog een aantal namen.

De Profeet (صلى الله عليه وسلم) zei verder over Aboe Bakr:

“Ik nodigde de mensen uit tot de Islam, maar een ieder had de tijd nodig om erover na te denken of ze deze stap wel wilden zetten, alleen bij Aboe Bakr was dit niet het geval. Vanaf het moment dat ik hem uitnodigde tot de Islam, accepteerde hij de boodschap zonder enige twijfel.”

De Profeet (صلى الله عليه وسلم) zei ook tijdens zijn laatste rede: “Niemand had een betere metgezel voor mij kunnen zijn dan Aboe Bakr.”

Hieruit kunnen we opmaken hoeveel Aboe Bakr voor de Profeet (صلى الله عليه وسلم) betekende.
Aboe Bakr was zeer dierbaar voor de Profeet (صلى الله عليه وسلم) en dat was wederzijds. Aboe Bakr hield zoveel van de Profeet (صلى الله عليه وسلم) dat hij bereid was zijn leven te geven zolang de Profeet (صلى الله عليه وسلم) maar veilig en tevreden was. We zullen later zien dat Aboe Bakr alles voor zijn religie en voor de Profeet (صلى الله عليه وسلم) over had en dat hij nooit terugweek om het Woord van Allah uit te voeren.

Aboe Bakr en de andere metgezellen van de Boodschapper van Allah (صلى الله عليه وسلم) vormden de basis van de Oemmah (islamitische gemeenschap). Iedere metgezel had wel een unieke karaktereigenschap, welke een belangrijke rol zou spelen bij de opbouw van de Oemmah. Zo had Aboe Bakr ook zeer mooie eigenschappen waar wij zeker lering uit kunnen trekken.
Aboe Bakr werd zeer gewaardeerd en gerespecteerd door de mensen vanwege het feit dat hij behoorde tot de heersende klasse, maar ook door zijn uitmuntend gedrag. Hij was altijd vriendelijk en hartelijk tegenover zowel bekenden als vreemden. Hij was bereid de mensen te helpen en te ondersteunen en hij was zeer fel gekant tegen onrechtvaardigheid. Men beschouwde hem als één van de belangrijkste intellectuelen van Qoeraysh, iemand met een zuiver en rechtvaardig beoordelingsvermogen, waardoor hij vaak om raad werd gevraagd.
Daarnaast deed hij nooit mee aan de nachtelijke braspartijen en was totaal niet geïnteresseerd in de afgodsbeelden van de Qoeraysh.
Profeet Mohammed (صلى الله عليه وسلم) en Aboe Bakr kenden elkaar vanaf hun jeugd en waren opgegroeid als broers. Toen de Profeet (صلى الله عليه وسلم) de eerste openbaring kreeg in de grot Hira, vertelde hij Aboe Bakr wat er was gebeurd en dat Allah hem had uitgekozen zijn boodschap te verkondigen. Aboe Bakr luisterde aandachtig naar wat zijn dierbare vriend vertelde en wist na al die jaren van vriendschap dat de Profeet (صلى الله عليه وسلم) hem nooit zou misleiden en hem nooit zou uitnodigen tot het slechte. Hij accepteerde de Islam zonder enige twijfel en was hierdoor de eerste volwassen man die de Islam aanvaardde. Sindsdien week hij nooit van de zijde van de Boodschapper van Allah (صلى الله عليه وسلم) en zette zich volledig in voor de Islam.
Nadat de Profeet (صلى الله عليه وسلم) de boodschap van de Islam openlijk begon te verkondigen, voelde Qoeraysh zich bedreigd. Deze man zou hun stad een slechte naam geven en op deze manier zouden de zaken slechter gaan.

 

De volgende gebeurtenis laat zien welke haat Qoeraysh tegenover de Profeet (صلى الله عليه وسلم) voelden. Op een dag verrichte de Boodschapper van Allah (صلى الله عليه وسلم) het gebed bij de Ka’ba. Hij was totaal opgenomen in zijn gebed. Enkele leiders van Qoeraysh zaten op de binnenplaats van de Ka’ba, waaronder één van de meest bittere tegenstanders van de Islam. Hij had er genoeg van dat de Profeet (صلى الله عليه وسلم) hun goden verafschuwde en de mensen opriep tot het aanbidden van één God waardoor hun handel gevaar liep. Hij zei: “Ik zal vandaag eens en voor altijd afrekenen met Mohammad.” Uqba ibn Abi Mu’ait ging met een reep stof naar de Profeet (صلى الله عليه وسلم) , wikkelde het om zijn nek en begon hem ermee te wurgen. De rest van de leiders begon hartelijk te lachen. Op dat moment passeerde Aboe Bakr en zag wat Uqba probeerde te doen. Hij snelde naar de Profeet (صلى الله عليه وسلم) en duwde Uqba weg. Hij bevrijdde de Profeet (صلى الله عليه وسلم) uit zijn benarde situatie en zei tegen Uqba ibn Abi Mu’ait:

“Wil je een man doden omdat hij zegt: ‘Mijn Heer is Allah,’ en hij duidelijke tekenen van zijn Heer aan jullie kenbaar heeft gemaakt?”

Hier zien we wederom hoe Aboe Bakr opkwam voor Allah’s Boodschapper (صلى الله عليه وسلم) zonder te denken aan zijn eigen veiligheid.’

 

Qoeraysh probeerde op allerlei manieren de moslims het leven zuur te maken en te weerhouden hun religie uit te voeren. Daarnaast probeerden ze ook door middel van martelpraktijken anderen af te schrikken toe te treden tot de Islam. Dit was een zeer moeilijke tijd voor de jonge Islamitische gemeenschap, maar velen van hen waren zo standvastig dat zelfs de ergste martelingen hen er niet van weerhielden de eenheid van Allah te bevestigen en openlijk het moslim zijn te verklaren. Vooral de slaven hadden het zwaar te verduren omdat zij geen enkele bescherming genoten tegen hun wrede meesters. Voor sommigen was er echter een bevrijding door toedoen van Aboe Bakr, die zijn vermogen gebruikte om slaven vrij te kopen van hun meesters. De bekendste van hen is Bilal Al-H’abashi  (van Abessinië: Ethiopië). Zijn meester was Oemayya ibn Khalaf. Toen Oemayya erachter kwam dat Bilal moslim was geworden, liet hij Bilal ontkleden en beval om hem op het hete zand te leggen. Ondanks dat Oemayya Bilal ook nog met de zweep sloeg, bleef Bilal standvastig en herhaalde steeds: “Er is maar één Allah, er is maar één Allah.” Oemayya werd zo woest, want zijn straffen haalden niets uit, dat hij een zware rots op Bilal liet kantelen. Ondanks de pijn en uitputting bleef Bilal standvastig. Hij had zoveel kracht gekregen van Allah, dat hij omwille van Hem alle straffen kon weerstaan. Allah was hem genadig. Aboe Bakr kwam langs en zag Bilal gemarteld worden, hij deed toen een bod aan Oemayya om Bilal van hem te kopen. Oemayya ging uiteindelijk akkoord en Bilal was meteen vrijgelaten door Aboe Bakr.

 

Later werd Bilal één van de meest geleerde personen van de Oemmah en was een voorbeeld van nederigheid en wijsheid. Ook hij stond klaar om de Islam te dienen. Hij werd voor zijn standvastigheid beloond en werd gekozen tot de eerste Moe-addhien. Een voorbeeld voor de wereld dat tot op de dag van vandaag nog steeds indruk maakt op zowel moslims als niet-moslims…

Comments are closed.