Handen of knieën eerst naar Soedjoed?

Vraag:

Wat is de juiste manier om neer te gaan in de Soedjoed? Dient men eerst zijn handen of zijn knieën op de grond te plaatsen?

Antwoord:

De geleerden verschilden van mening of men eerst met de handen of met de knieën neer moet gaan in de Soedjoed (prosternatie). Volgens de Hanafi’s, Shafaaci’s en één mening verhaald door Imam Ahmad dient de biddende persoon eerst op zijn knieën te gaan, en dan op zijn handen.

At-Tirmidhie dacht dat dit de mening van de meerderheid van de geleerden was, en zei: “Dit is hoe het gedaan wordt volgens de meerderheid van de geleerden: Zij denken dat een persoon op zijn knieën moet neergaan vóórdat hij zijn handen neerlegt, en wanneer hij opstaat hij zijn handen vóór zijn knieën moet optillen. Degenen die deze mening verkondigen voeren als bewijs de overlevering van Waa’il ibn Hudjr aan, die zei: “Toen ik de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) de Soedjoed zag verrichten, zette hij zijn knieën vóór zijn handen neer. En wanneer hij omhoogkwam, hief hij zijn handen vóór zijn knieën op.”

(Aboe Daawoed, at-Tirmidhie, an-Nasaa’ie, Ibn Maadjah en ad-Daaraqoetnie)

Hij zei: “De enige die het overgeleverd heeft, was Yazied ibn Haroen van Shoerayk. Niemand verhaalde van cAasim ibn Koelayb, behalve Shoerayk, en Shoerayk is niet Qawiy (sterk).”

(as-Soenan, boekdeel 2, blz. 57)

Al-Bayhaqie zei in ‘as-Soenan’ (boekdeel 2, blz. 101): “Zijn Isnaad (keten van overleveraars) is zwak.” Sheikh al-Albaanie verklaarde de overlevering zwak in ‘al-Mishkaat’ (blz. 898) en ‘al-Irwaa’ (boekdeel 2, blz. 75). Andere geleerden hebben de overlevering Sahieh geclassificeerd, zoals Ibn ul-Qayyim in ‘Zaad ul-Macaad’.

Onder degenen die dachten dat een persoon eerst met de knieën moet neergaan in de Soedjoed, waren Sheikh ul-Islaam ibn Taymiyah en zijn student Ibn ul-Qayyim. Hedendaagse geleerden die eveneens neigden naar deze opvatting waren Sheikh cAbdoel-cAziez ibn Baaz en Sheikh Mohammed ibn Saalih al-cOethaymien.

Imam Maalik, Imam al-Awzaacie en de geleerden van Hadieth dachten dat een persoon eerst op de handen moest neergaan in de Soedjoed. Dit baseerden zij op de overlevering van Aboe Hoerayrah waarin hij verhaalt dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Als iemand van jullie prosterneert, laat hem dan niet knielen zoals de kameel doet; laat hem zijn handen vóór zijn knieën plaatsen.”

(Ahmad, Aboe Daawoed, at-Tirmidhie en an-Nasaa’ie)

Imam an-Nawawie zei: “Het (deze Hadieth) werd overgeleverd door Aboe Daawoed en an-Nasaa’ie met een goede Isnaad. Het werd Sahieh verklaard door Sheikh al-Albaanie in ‘al-Irwaa’ (boekdeel 2, blz. 78), waarin hij zegt: “Dit is een Sahieh Isnaad waarvan alle mannen Thiqaat (betrouwbaar) zijn, de mannen van Moeslim, afgezien van Mohammed ibn cAbdillaah ibn ul-Hasan, ook wel bekend als an-Nafs uz-Zakiyyat il-cAlawie, die betrouwbaar is.”

(al-Madjmoec, boekdeel 3, blz. 421)

Sheikh ul-Islaam ibn Taymiyah maakte een belangrijke opmerking hierover. Hij zei: “Volgens de consensus van de geleerden is bidden op beide manieren toegestaan. Of een persoon nu eerst op zijn knieën of eerst op zijn handen wil neergaan. Volgens de consensus van de geleerden is zijn gebed in beide gevallen correct. Zij verschilden echter van mening over welke (wijze) de voorkeur geniet.”

(al-Fataawa, boekdeel 22, blz. 449)

De geleerde dient te handelen naar de mening die volgens hem het meest correct is, en de gewone moslim dient de mening van een geleerde te volgen die hij vertrouwt.

En Allah weet het het beste.

Sheikh Mohammed Saalih al-Moenadjjid

Comments are closed.