Een zeer droevige gebeurtenis

Je doet de tv uit na drie uur lang gekeken te hebben naar een film die een bioscoop hit geweest was. Je was al met je vrienden een tijdje terug geweest naar de film. Alsnog had je besloten om je tijd te verdoen door weer te kijken naar dezelfde film. Je gaat met je handen door je haren heen en denkt aan die dag terug, je kwam pas om twaalf uur thuis en zonder schaamte liep je de huis binnen, terwijl je vader net van plan was om te gaan slapen. Jij liep gewoon door alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Je zei geen ‘Salaam cAlaikoum’ tegen je vader en je had ook niet de drang om een verklaring te geven aan je vader waarom je zo laat thuis was. Je staart eventjes weer naar de tv en je hoort je moeder de kamer binnen komen. Ze kijkt je even aan en loopt naar de kast toe waar een kalender hangt van de gebedstijden. Je weet dat je moeder niet lezen kan, maar toch doe je niet de moeite om te kijken voor haar noch te vragen waar je haar mee kan helpen.

Je moeder zegt: “Wil je kijken hoe laat ik moet bidden vroeg in de ochtend?” Met tegenzin sta je op, alsof je wat vreselijks moest doen. Je ziet Arabische letters op de kalender en ziet even staan ‘Maghreb’, een gebedstijd. Het woordje doet je helemaal niets, het is maar een woord met geen enkele betekenis voor jou.

Je moeder zucht even. “Wanneer ga je bidden?” zegt ze dan vervolgens bijna dwingend en met een teleurstelling die te zien is in haar ogen. Wat je moeder zei doet je echter helemaal niets en haalt je schouders en zegt met tegenzin: “Later.”

‘In shaa Allaah’ hoor je niet achter je woorden, je zegt het al lang niet meer. Het wordt niet meer van je verwacht.

‘Later’ en ‘ooit’ zijn de woorden die je vaak zegt. Je herhaalt jezelf iedere keer zonder eens meer te weten wat de vraag was. Wanneer is ‘later’? Komt ‘later’ wel? Stel dat er geen morgen is? Stel dat er alleen vandaag is! Een dag duurt immers geen eeuwigheid. Morgen is er niet meer.
Je moeder kijkt je weer teleurstellend aan en loopt weg met pijn in haar hart en de weet dat je niet bidt…

Als je de gang oploopt om naar je kamer te gaan zie je je vader tegemoetkomen in de gang, maar je loopt alweer gauw sneller weg. Je wilt geen confrontaties meer aan met je vader. Jij noemt het gezeur: jij wilt niet meer praten met je ouders. Maar je ouders blijven hun best doen. “Morgen is een nieuwe dag om een hoofddoek te dragen!” zegt je vader enthousiast en met verdriet die te horen was aan zijn stem. Jij staat even stil en denkt weer bij jezelf: “Wat zeurt hij nou weer? Pff.” Maar jij wilt er niks van weten en loopt alweer gauw weg. “Een hoofddoek draag ik later wel, als ik oud ben,” denk je dan.

De gedachte dat je een hoofddoek moet dragen maakt je bang en eigenlijk moet je erom lachen. “Ik hoofddoek dragen? Nee, nee, dan vind niemand me leuk!” denk je dan. “Dan wilt niemand meer iets van me weten. Wat zullen me vrienden wel niet denken? Dat staat toch belachelijk, een hoofddoek?” Je denkt bij jezelf: “Moet ik mijn mooie lange lokken gaan verbergen? Nee hoor…”

“Ik draag hem als ik er klaar voor ben, later!” zeg je dan weer. Wanneer is ‘later’? Is er wel een ‘later’? Is morgen er wel eens? Duurt deze dag een eeuwigheid? Stel dat er geen morgen is? Je gedachtes gaan alweer gauw naar je mobiele telefoon die aan het trillen is. Je word gebeld en pakt gauw je telefoon uit je zak terwijl je je kamer binnenloopt.

Je hebt je ouders geen welterusten gewenst en je loopt de kamer binnen zonder ‘bismillah’ te zeggen. Je ziet dat je vriendje belt en enthousiast neem je op hij begint tegen je te praten. Hij praat met allemaal lieve woordjes en zegt weer voor de zoveelste dat hij van je ‘houdt’. Jij beantwoordt zijn liefde met gegiechel en blijdschap. Het gesprek duurde alweer een half uur en, nadat je opgehangen hebt, komt je oudere wijzere zus opeens de kamer binnen. Ze begint gelijk met een kruisverhoor te geven over je vriendje. Jij wilt er niks van weten. En met een hoge felle boze toon zeg je tegen haar: “Hij Houdt van mij!” “Nee, hij speelt met je, shaytaan heeft je in zijn ban!” zegt je zus vurig met verdriet. Je lacht om haar uitspraak en zegt weer: “Donder op met je onzin daar geloof ik niet in!” Je zus kijkt je starend aan en verliest al de hoop in jou, met verdriet in haar ogen loopt ze weg.

Je liefde voor je vriend heeft als het een ware een afstand gecreëerd met je zus en met name Allah. Je liefde voor je vriend word groter dan die van Allah. Je bent afgedwaald en denkt de touwtjes in handen te hebben. Je gelooft dat er altijd een ‘morgen’ is. En dat je altijd nog beter kan worden en meer in Allah gaat geloven door steeds te zeggen: “Dat komt ‘later’.”

Je maakt al toekomstplannen, je agenda staat helemaal vol. Je hebt een druk leventje en een eigen wereldje gecreëerd. Je staat niet meer stil bij het feit dat de wereld van Allah is en dat Allah het wegneemt wanneer hij dat wilt. Je bidt niet en je vast, omdat het niet anders kan en je kent de vijf zuilen nauwelijks uit het hoofd. Je maakt je eigen regels en grenzen. Je volgt die van Allah allang niet meer. Je bent een moslim in het hart maar het is niet meer aan je te zien. Je houding en levenswijze is niet meer zoals het daadwerkelijk moest van Allah. Je dwaalt af van het geloof en begint te geloven in je eigen levenswijze die jij en je vrienden hebben. Je weet al wat je morgen aan gaat doen en hoe de dag precies zal verlopen. Met dat gevoel en die gedachten stap je je bed in. “De toekomst ligt aan je voeten,” denk je dan vervolgens. Je viel langzaam in slaap, maar de volgende ochtend werd je niet meer wakker. Je leven is weggenomen door Allah. ‘Morgen’ is er niet meer…

Leef bij de dag en gedenk elke dag de Dood…

Comments are closed.