De rechtvaardigheid van Profeet Muhammad ﷺ

Aisha (moge Allah met haar tevreden zijn) levert over:

De Quraysh waren bezorgd over het lot van een vrouw die behoorde tot de stam van Makhzum en die gestolen had. Ze zeiden:”Wie zou hierover durven praten met de Profeet ﷺ, behalve Usama ibn Zayd, die door de Profeet ﷺ geliefd is?” Usama ging hierover met hem, vrede zij met hem, spreken, maar de Profeet ﷺ antwoordde hem met het volgende: ”Zou jij bemiddelen tegen een straf die opgelegd wordt door Allah de Allerhoogste?” Toen stond hij op en gaf de volgende preek: “Jullie voorgangers zijn enkel ten onder gegaan omdat ze, als een edele onder hen gestolen had, hem dit niet kwalijk namen, maar als een zwakke gestolen had, dan lieten ze de straf op hem toepassen! Bij Allah, als Fatima, de dochter van Mohammad , gestolen had, dan zou ik haar hand afgehakt hebben!”

(Al Boekhari en Moeslim)

_______

Commentaar

  • De edele en de zwakke zijn gelijk ten opzichte van de straffen die voorgeschreven zijn door Allah de Allerhoogste
  • De Profeet ﷺ was eraan gehecht rechtvaardigheid te laten geschieden. Zelfs als het om zijn eigen dochter ging, van wie hij bijzonder veel hield, wilde hij niet onrechtvaardig zijn en zijn dochter bevoordelen ten opzichte van iemand anders

Comments are closed.